Jos Versteegen, Lied van de Anne Frank boom

 

 Witte kaarsen  

 
 
Maar altijd kwam de lente weer.
Je stak je witte kaarsen op,
je nam de vogels in je armen,
je greep de zachte blauwe hemel
met al die duizend vingers van je blad.
 
Maar altijd kwam de lente weer,
al reden zoveel treinen weg van hier
en was er niets meer om te leven.
Je stak je kaarsen op,
en vogels zongen in je armen.
 
Nu ga je weg van hier.
Ik steek mijn kaarsen voor je op,
ik strek mijn armen naar je uit,
je vogels zingen overal.
 
En zij, het meisje dat jou zag,
spreekt in haar boek voor altijd door
van jou, je vogels en je kaarsen,
je volle groene leven. 
Zo komt de lente altijd weer. 
 
 
Jos Versteegen